Welkom

Welkom op de site van Stichting Help Onderwijs Papua!

Stichting Help Onderwijs Papua (Stichting HOP) is mei 2011 opgericht en wil graag een bijdrage leveren in de moeilijke onderwijssituatie in Papua (Indonesië).
Zij wil de kansarme kinderen in Papua de gelegenheid geven om goed onderwijs te kunnen volgen.

woensdag 15 januari 2014

Geen werk, maar ontspanning....

We hebben van Martijn het volgende bericht ontvangen. Geen werkverhaal, maar ontspanning. Leert ons ook weer iets over de cultuur van de Papua's......

Ik had rond de kerstvakantie tijd om twee dagen met drie oud-studenten gaan lopen in de bergen achter Wamena. Met diezelfde jonge mannen ben ik al vaker gaan lopen want we vinden het allemaal leuk om dat te doen.
We hadden een gids gevraagd waar ik een aantal jaren geleden al eens mee ben gaan lopen. Hij weet niet hoe oud hij is, maar ik schat hem een jaar of vijftig.
‘s Ochtends vroeg stonden we om zeven uur bij het startpunt. De gids wilde wel bidden, in een stamtaal. Daar versta ik zo goed als niets van, maar hij vroeg om een veilige tocht en voegde daaraan toe dat hij ‘niet hun doel van de tocht kent, maar God kan harten lezen.’ Hij vroeg zich blijkbaar in alle ernst af wat ons kan bezielen om daar voor je lol door een oerwoud heen een berg van vier kilometer op te ploeteren.
Volgens lokale mensen lopen blanken nooit zonder doel, ze zoeken misschien edelstenen of zo. En ook al vinden ze niets, dan verstoren ze in ieder geval het evenwicht met de geestenwereld.

De eerste 700 meter gaan behoorlijk stijl omhoog. Een aantal mannen lopen achter ons aan omhoog. Ze blijken houten balken naar beneden te gaan dragen omdat ze een huis willen bouwen. Je snapt dat we vanwege de onstuimige groei van Wamena de grens van het oerwoud wel op hebben zien schuiven in de jaren dat we hier zitten.
Tegen een uur of twee ‘s middags begint de lucht donkerder te worden. We halen de regenjassen tevoorschijn. Kunnen we er nog twee uur tegenaan of moeten we stoppen. Nee hoor, lopen maar. Helaas ging het na een poosje regenen, niet heel hard, maar het stopte niet meer tot het rond zes uur donker werd.
We vragen ons echt af hoe de gids het pad kan herkennen. Hij blijkt dit stuk berg namelijk nog niet eerder gelopen te hebben, maar het pad uit verhalen te kennen... De dingen zijn hier altijd anders dan ze lijken. Voor mijn gevoel lopen we gewoon door het oerwoud te dwalen, waar hij met een machette een pad doorheen hakt. Dat blijkt toch niet het geval te zijn.
Hij kijkt of hij afgehakte takken ziet en volgt dat spoor. Dat betekent namelijk dat er ooit eerder mensen dat pad gevolgd hebben, dus als je dat maar trouw volhoudt, kom je vanzelf weer op een soort konijnenspoor uit waar net je voeten in passen dat ergens naartoe gaat. Ongelooflijk hoe hij het voor elkaar krijgt. Ik zie zo’n konijnenspoor al vaak maar amper, laat staan zoiets. Rond vijf uur zitten we pas op 3000 meter en er lijkt geen pad omhoog te gaan door het oerwoud heen, die top wordt dus niets meer. Opeens stopt de gids bij een plekje van ongeveer 3x3 meter op het pad en zegt hij dat we een kamp gaan maken, het is tijd. Zelfs mijn Papuavrienden kijken een beetje beteuterd naar een open plekje waar een grote en een kleinere boomstronk die paar vierkante meter grotendeels vullen. Hoewel we toe moeten geven dat we al in een uur geen vlakker stukje gezien hebben, maken we toch niet direct heel ijverig aanstalten... Een van ons loopt nog wat verder en zowaar, daar is iets van 4x3 dat dan wel schuin loopt, maar verder zonder rotsen of wortels. Met gezamenlijke inspanning maken we iets dat op een tent lijkt van een groot stuk zeil. Helaas is de grond heel zompig. Een van de jongens wil een vuur maken, maar omdat behalve de regen van vandaag het oerwoud sowieso al nat is. Gelukkig biedt een stuk eierdoos met kaarsvet een oplossing. Aangezien het net even droog is, staan we er als 5 gelukkige jongetjes die stiekem fikkie aan het stoken zijn omheen. De anderen houden hun handen en voeten bijna in het vuur. Behalve de goed verpakte slaapzakken is namelijk bijna alles wat we bij ons hebben nat.
Deze plaats is volgens de gids perfect. Veilig, geen dingen in de buurt die om kunnen vallen, of water of een aardverschuiving. En verder ook veilig. De jongens checken even wat hij bedoelt, en ja, hij bedoelt inderdaad ook veilig voor de satan. Mmm. Na een kwartiertje begint het weer te regenen en het vuurtje derft een roemloos einde. We gaan met zijn vijven snel de tent in en gaan daar op een eenpersoonsisolatiematje zitten, in treintjesformatie, aangezien de rest van de zompige grond te koud is.

Na een poosje leggen we de beide matjes naast elkaar en proberen we daarop in slaap te vallen. Hoewel iedereen gedurende de nacht wel een paar keer wakker wordt van het naar beneden schuiven, gaat dat wonder boven wonder best goed na tien uur gelopen te hebben. Ik kan me overigens die nacht goed voorstellen dat hij een plek zoekt waar het voor zijn gevoel veilig is voor satan, het oerwoud is geen tel stil, zelfs niet in de regen. Aangezien je voor satan toch niet weg kan rennen, lijkt het me maar het beste om te bidden. 
De volgende ochtend eten we wat zoete aardappels en andere dingen. Alles wordt zo goed mogelijk ingepakt. En dan die schoenen aan. Brrr, kletsnat en ijskoud! Aan blaren valt op die manier niet te ontkomen. Tijdens het naar beneden lopen, komen de prachtigste stukjes natuur  in zicht. Het is echt fantastisch om door een oerwoud op die hoogte te lopen, waar letterlijk alle bomen met mos bedekt zijn. Soms wel tien centimeter dik en altijd als een spons gevult met water. Temidden van de 100 verschillende tinten groen, vraagt soms opeens een klein bloemetje de aandacht.

De vogels maken trouwens continu dat ze wegkomen, ze hebben zeker eerder kennis gemaakt met de vogelpijlen van onze gids. Rond een uur of 2 ‘s middags stuiten we op het eerste dorp. Met stroomkabels... De mensen hier hebben de energiemaatschappij onder druk gezet. Het water voor de waterkrachtcentrale komt onder andere hier vandaan, dus ze wilden ook een aansluiting. Dan zie je dus een traditionele hut met een stroommeter! 

Een paar honderd meter verder valt een kleine moskee in het oog. In dit deel van de vallei zijn veel Papua’s al moslim geworden.
Een uur voordat we op een weg zullen stuiten, eten we eerst. De zoete aardappels die thuis al in de as geroosterd waren, krijg ik maar moeilijk weg. De schillen gooi ik naast me in de bosjes. Om ons heen liggen overal kleren te drogen in het heerlijke zonnetje. Voordat we opstappen, raapt de gids opeens alle schillen van de anderen bij elkaar. Zeker voor zijn varken?

Nee, ook dit blijkt tegen satan te zijn. Je wilt hem tenslotte niet aantrekken door etensresten achter te laten. Hoewel hij christen is, is hij dus zeker nog niet los van de oude angsten.
Dat dat niet alleen voor hem geldt, blijkt als we de brommers ophalen. De eigenaar van het huis waar we ze geparkeerd staan, blijkt gisteren namelijk mede betrokken te zijn geweest in het vermoorden van een man uit het volgende dorp. De stand was namelijk niet gelijk. Vorig jaar waren tijdens een stammenoorlog twee mannen uit hun clan vermoord. Aangezien een van mijn reisgenoten nog familie van de moordenaars is, maakt hij dat hij wegkomt. Het hoeft hem de kop niet te kosten. En eerlijk is eerlijk; ik geloof inderdaad dat satan met die moord te maken heeft! Bid voor Papua.

Hiervan weten we nog niets tijdens ons laatste maaltje in de zon. Daar blijkt de gids  een batterij te verpulveren. Wat is hij nu aan het doen? Smeert hij dat echt in zijn baard??? Hij zegt dat hij zijn grijze baardharen wil wegpoetsen. Het effect is inderdaad zeer overtuigend. Verder heeft hij in het oerwoud naar pepermunt ruikende bladeren gevonden. Daarvan wil hij het sap over zijn huid  poetsen, hij  verwacht dat daarmee wel indruk maakt als hij thuiskomt. Ik smeer er ook wat van op mijn hand en laat Anne-Marie eraan ruiken. Ze vindt dat het niet lekker ruikt en dat het de stank van twee dagen oerwoud niet kan compenseren. Jammer hoor, ik vind haar eten namelijk wel lekker ruiken!